preheader

Banner website

Kwaliteit van leven bij eerstelijnsbehandeling met pembrolizumab

Immuuntherapie met PD1/PD-L1-remmers werd bij longkanker tot zeer recent alleen toegepast als tweedelijnsbehandeling bij patiënten met gevorderd/gemetastaseerd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). In de fase III Keynote-024-studie is de effectiviteit van de PD-L1-remmer pembrolizumab als eerstelijnsbehandeling onderzocht.

In deze studie zijn 305 patiënten met onbehandelde NSCLC (stadium IV) gerandomiseerd naar een behandeling met pembrolizumab (200 mg eenmaal per drie weken tot maximaal 2 jaar) of een behandeling met 4 tot 6 cycli platinum-doublet chemotherapie. Patiënten in de chemotherapie-arm mochten bij progressie een cross-over maken naar behandeling met pembrolizumab. Bij alle patiënten was er sprake van een tumor met expressie van PD-L1 in ≥ 50% van de tumorcellen. De tumoren hadden geen EGFR- of ALK-activerende mutaties. Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving. Secundaire eindpunten waren onder andere de objectieve respons, totale overleving en kwaliteit van leven.

Tijdens het ESMO-congres in Kopenhagen (7–11 oktober 2016) presenteerde Martin Reck de resultaten ten aanzien van de effectiviteit van pembrolizumab in de Keynote-024-studie.1 De behandeling met pembrolizumab resulteerde in een significant betere mediane progressievrije overleving in vergelijking met de behandeling met chemotherapie: 10,6 maanden versus 6,0 maanden (HR 0,50 [0,37-0,68], p<0,001). Het percentage progressievrije patiënten bedroeg na 6 maanden 62% en 50% en na 12 maanden 48% en 15% bij respectievelijk de behandeling met pembrolizumab en chemotherapie. De mediane totale overleving werd in beide behandelarmen nog niet bereikt. Na 6 maanden waren 80% en 72% van de patiënten nog in leven en na 12 maanden 70% en 54% van patiënten behandeld met respectievelijk pembrolizumab en chemotherapie. Daarbij kan worden opgemerkt dat 44% van de patiënten die met chemotherapie werden behandeld na progressie een cross-over naar de behandeling met pembrolizumab hadden gemaakt.

Tijdens het 17e WLCL/IASLC-congres in Wenen presenteerde Julie Brahmer de resultaten van het onderzoek naar de kwaliteit van leven bij de patiënten in de Keynote-024-studie.2 De kwaliteit van leven metingen zijn gedaan aan de hand van de (meer algemene) QLQ-C30 score en de (longkanker specifieke) QLQ-LC13 score. Deze laatste omvat onder andere vragen over hoesten, pijn in de borst en kortademigheid. De vragenlijsten werden iedere drie weken door de patiënten ingevuld tot aan ziekteprogressie. Eindpunten voor de kwaliteit van leven metingen waren de verandering in kwaliteit van leven in week 15 ten opzichte van de start van de therapie en de snelheid waarmee de QLQ-LC13 met meer dan 10 punten was afgenomen ten opzichte van de waarde bij aanvang van de behandeling. Bij aanvang van de studie vulden 151 patiënten in de pembrolizumab-arm de lijsten in en 137 patiënten in de chemotherapie-arm. Na 15 weken behandeling waren deze aantallen respectievelijk 109 en 92.

De QLQ-C30 nam bij de patiënten in de pembrolizumab-arm in 15 weken toe met gemiddeld 9,6 punten (SD: 3,3-10,6). Bij de patiënten in de chemotherapie-arm nam de QLQ-C30 af met gemiddeld 0,9 punten (SD: -4,8–3.0). Bij de patiënten in de pembrolizumab-arm trad minder vaak een toename op van klachten als hoesten, pijn in de borst en kortademigheid dan bij de patiënten in de chemotherapie-arm: 30% versus 39%. Klachten als vermoeidheid, misselijkheid en gebrek aan eetlust namen bij behandeling met pembrolizumab sterker af dan bij behandeling met chemotherapie. Ook duurde het in de pembrolizumab-arm langer voordat een daling van 10 punten in de QLQ-LC13 werd waargenomen Het lichamelijk, geestelijk en sociaal functioneren nam bij behandeling met pembrolizumab sterker toe dan bij behandeling met chemotherapie.

Samenvattend: de eerstelijnsbehandeling met pembrolizumab gaat bij patiënten met stadium IV NSCLC met PD-L1 expressie ≥ 50% gepaard met meer klinisch relevante verbetering in de kwaliteit van leven dan bij behandeling met chemotherapie. ‘Dit, samen met het feit dat de behandeling met pembrolizumab ook resulteerde in een langere progressievrije en totale overleving en met acceptabele bijwerkingen suggereert dat een eerstelijnsbehandeling met pembrolizumab voor deze patiënten de nieuwe standaardbehandeling zou kunnen zijn’, concludeerde Julie Brahmer.

Referenties

  1. Reck M, Rodríguez-Abreu D, Robinson AG, et al. Pembrolizumab versus Chemotherapy for PD-L1–Positive Non–Small-Cell Lung Cancer. N Engl J Med 2016; 375:1823-1833.
  2. Brahmer JR, Rodriguez-Abreu D, Robinson AG, et al. Health-Related Quality of Life for Pembrolizumab vs Chemotherapy in Advanced NSCLC with PD-L1 TPS ≥50%: Data from KEYNOTE-024. Presentation at 17th World Conference on Lung Cancer, Vienna, December 7, 2016. Abstract PL04a.01.

Spreker Julie Brahmer

 Brahmer

Julie Brahmer, MD,
Sidney Kimmel Comprehensive Cancer Center, Baltimore, VS


Zie: Keyslides

Back to Top