preheader

Banner website

Durvalumab is effectief als derdelijnsbehandeling bij NSCLC

Van diverse anti-PD-1/PD-L1-antilichamen is inmiddels aangetoond dat ze effectief zijn als tweedelijnsbehandeling bij patiënten met gevorderd/gemetastaseerd niet-kleincellige longkanker (NSCLC). De ATLANTIC-studie onderzocht de effectiviteit en het bijwerkingenprofiel van de PD-L1-remmer durvalumab bij patiënten met gevorderd NSCLC die al met minimaal twee eerdere lijnen van therapie waren behandeld.

De ATLANTIC-studie is een fase II, open-label, single-arm studie bij patiënten met stadium IIIB/IV longkanker die progressie vertoonden na minimaal twee lijnen van therapie. De studie richtte zich dus op een patiëntenpopulatie met weinig behandelopties en een ongunstige prognose. Om aan de studie te kunnen meedoen moest de eerdere behandeling van de patiënt bestaan uit minimaal één lijn platinum-bevattende chemotherapie.

De patiënten in de ATLANTIC-studie werden verdeeld over drie cohorten. Cohort 1 (n=111) bestond uit patiënten met een EGRF- of ALK-mutatie die PD-L1 expressie vertoonden in meer dan 25% van de tumorcellen (op basis van immuunhistochemie). Cohort 2 (n=265) bestond uit patiënten met een wildtype EGFR/ALK-status of onbekende EGFR/ALK-status. In de uiteindelijke analyse is dit cohort onderverdeeld in patiënten met meer dan 25% PD-L1 expressie (n=146) en patiënten met minder dan 25% PD-L1 expressie (n=93). Cohort 3 (n=68) bestond uit patiënten met wildtype EGFR/ALK-status en een PD-L1 expressie van meer dan 90%. De patiënten in cohort 2 hadden gemiddeld 3,2 eerder behandellijnen gehad, de patiënten in cohort 3 gemiddeld 2,6 eerdere behandellijnen. Ten aanzien van alle overige patiëntenkarakteristieken kwamen beide cohorten geheel overeen. Alle patiënten werden behandeld met durvalumab (10 mg/kg, eenmaal per twee weken tot maximaal 12 maanden). Primair eindpunt van de studie was de objectieve respons, secundaire eindpunten waren onder andere de duur van de respons, de progressievrije overleving, totale overleving en toxiciteit. Tijdens het 17e WLCL/IASLC-congres presenteerde Marina Garassino de uitkomsten van cohort 2 en cohort 3. De resultaten van cohort 1 zullen binnenkort elders worden gepresenteerd. De objectieve respons was respectievelijk 7,5% (3,1-14,9), 16,4% (10,8-23,5) en 30,9% (20,2-43,3) bij patiënten met PD-L1 expressie lager dan 25%, hoger dan 25% en hoger dan 90%. De mediane responsduur was ten tijde van de analyse nog niet behaald bij de patiënten met PD-L1 expressie lager dan 25% en patiënten met PD-L1expressie hoger dan 90%. Bij de patiënten met PD-L1 expressie hoger dan 25% bedroeg de mediane responsduur 12,3 maanden.

De mediane progressievrije overleving bedroeg respectievelijk 1,9 (1,8-1,9) maanden, 3,3 (1,9-3,7) maanden en 2,4 (1,8-5,5) maanden bij patiënten met PD-L1 expressie lager dan 25%, hoger dan 25% en hoger dan 90%. De mediane totale overleving bedroeg respectievelijk 9,3 (5,9–10,8) maanden en 10,9 (8,6-13,6) maanden bij de patiënten met PD-L1 expressie lager dan 25% en hoger dan 25% en was ten tijde van de analyse nog niet bereikt bij de patiënten met PD-L1 expressie hoger dan 90%. De percentages patiënten die na 1 jaar behandeling nog in leven waren, bedroegen respectievelijk 34,5%, 47,7% en 50,8% voor de drie groepen.

Het percentage patiënten dat te maken kreeg met bijwerkingen bedroeg respectievelijk 59,2% en 67,6% in cohort 2 en cohort 3. Het percentage bijwerkingen ≥ graad 3 bedroeg respectievelijk 8,3% en 17,6% in de twee cohorten. Dit leidde bij respectievelijk 3,0% en 1,5% van de patiënten tot staken van de behandeling. De meest voorkomende immuungemedieerde bijwerking was hypothyroïdie.

Samenvattend: de ATLANTIC-studie toonde aan dat durvalumab een effectieve en langdurende respons kan induceren bij patiënten met gevorderd/gemetastaseerd NSCLC die al sterk zijn voorbehandeld. De behandeling was het meest effectief bij patiënten bij wie de tumor minstens 25% PD-L1-expressie vertoonde. Op basis van deze fase II resultaten zijn inmiddels diverse fase III-studies gestart (MYSTIC, NEPTUNE, ARCTIC, PACIFIC) met durvalumab als monotherapie in combinatie met de CTLA- 4-remmer tremelimumab.

Referentie

Garassino MC, Vansteenkiste JF, Kim J, et al. Durvalumab in ≥3rd-Line Locally Advanced or Metastatic, EGFR/ALK Wild-Type NSCLC: Results from the Phase 2 ATLANTIC Study. Presentation at 17th World Conference on Lung Cancer, Vienna, December 6, 2016. Abstract PL04a.03.

Spreker Marina Garassino

 Garasinno

Marina C. Garassino, MD,
Fondazione IRCCS Istituto Nazionale dei Tumori, Milaan, Italië


Zie: Keyslides

Back to Top