preheader

Banner ESMO2017

Resultaten van de IFCT-0302-studie trekken de noodzaak van een CT-scan bij de opvolging van patiënten met volledig verwijderd niet-kleincellige longkanker in twijfel

Verschillende internationale richtlijnen raden aan om patiënten met een volledig verwijderde niet-kleincellige longkanker (‘non-small cell lung cancer’, NSCLC) op te volgen met regelmatige CT-scans. De resultaten van de IFCT-0302-studie, waaruit blijkt dat er geen verschil is in totale overleving (‘overall survival’, OS) tussen patiënten die wel of niet opgevolgd worden met een CT-scan, trekken het nut van CT-scans in deze setting nu in twijfel.

De IFCT-0303-studie is een gerandomiseerde studie waarin 2 verschillende protocollen voor de opvolging van patiënten met een chirurgisch volledig verwijderde stadium pI, II, IIIA N0-2 NSCLC met elkaar worden vergeleken. De studie includeerde 1.775 patiënten die gedurende de eerste 2 jaar om de 6 maanden werden onderzocht en vervolgens jaarlijks tot 5 jaar na hun operatie. Patiënten in de studie werden gerandomiseerd tussen een opvolgingsprotocol dat bestond uit een klinisch onderzoek en een röntgenonderzoek van de borst en ditzelfde protocol aangevuld met een CT-scan en een bronchoscopie (optioneel voor adenocarcinomen). In geval van symptomen konden ook nog andere onderzoeken uitgevoerd worden. Het primaire eindpunt van de studie was OS.

De patiëntkarakteristieken waren goed gebalanceerd tussen beide studie-armen. De mediane leeftijd in de studie bedroeg 63 jaar, 76,3% van de patiënten was mannelijk, 39,5% had een plaveiselcelcarcinoom of grootcellig carcinoom, 68,1% had stadium I ziekte (stadium II 13,7%, stadium III 18,3%), 86,6% onderging een bilobectomie, 8,7% kreeg voor of na de operatie radiotherapie toegediend en 45% van de patiënten kreeg chemotherapie voor of na de operatie. Na een mediane follow-up van 8 jaar en 10 maanden werd geen verschil vastgesteld in OS tussen beide armen met een mediane OS van 99,7 maanden voor het protocol zonder CT-scan en 123,6 maanden voor het protocol inclusief een CT-scan (HR[95%BI]: 0,95[0,82-1,09]; p = 0,37). Ook de 3-jarige ziektevrije overleving (‘disease-free survival’, DFS) was vergelijkbaar tussen beide armen: 63,3% zonder CT-scan en 60,2% met CT-scan. Na 8 jaar was 51,7% van de patiënten die opgevolgd werden met het CT-vrije protocol nog in leven tegenover 54,6% bij de groep die wel CT-scans onderging.

Samengevat toont deze studie toont geen verschil aan in OS tussen een protocol met of zonder CT-scan bij de opvolging van patiënten met een volledig verwijderde NSCLC. Wel zag men een trend voor een betere OS in het voordeel van het CT-protocol die op langere termijn eventueel toch nog kan evolueren in een significant OS-voordeel. Daarom raden de onderzoekers toch nog een jaarlijkse CT-scan aan.

Referentie

Westeel V, F. Barlesi F, Foucher P, et al. Results of the phase III IFCT-0302 trial assessing minimal versus CT-scan based follow-up for completely resected non-small cell lung cancer (NSCLC). Gepresenteerd tijdens ESMO 2017, abstract 1273O.

Spreker Virginie Westeel

 Westeel

Prof. Virginie Westeel, MD, Centre Hospitalier Régional Universitaire, Hôpital Jean Minjoz in Besançon, Frankrijk


Zie: Keyslides

Back to Top