preheader

Banner ESMO2017

Reductie in tumorvolume bij voortgezette behandeling met nivolumab na ziekteprogressie bij patiënten met terugkerend of metastaserend plaveiselcelcarcinoom van hoofd en nek

De CheckMate 141-studie is een gerandomiseerde fase III-studie bij patiënten met terugkerend of metastaserend plaveiselcelcarcinoom van hoofd en nek (‘squamous cell carcinoma of the head and neck’, SCCHN), waarbij nivolumab significant de algehele overleving (‘overall survival’, OS) verlengde in vergelijking met een monotherapie naar keuze (methotrexaat, docetaxel of cetuximab) (mediane OS 7,7 maanden versus 5,1 maanden).1 Tijdens de ESMO 2017 werden de resultaten gepresenteerd van de biomarkeranalyse en een update gegeven van de klinische resultaten van voortgezette nivolumab-behandeling na vaststelling van ziekteprogressie.2

De gegevens van patiënten geïncludeerd in de CheckMate 141-studie met een minimale follow-up van 11,4 maanden werden geanalyseerd. Van de 240 patiënten in de nivolumab-arm vertoonden 146 patiënten (61%) ziekteprogressie (vastgesteld door middel van de RECIST 1.1-criteria). Daarvan ontvingen vanaf dat moment 62 patiënten (42%) 1 of meer doses nivolumab (TBP-groep) en 84 (58%) niet (NTBP-groep). De mediane OS bij patiënten in de TBP-groep was 12,7 maanden. Na initiële progressie hadden 15 patiënten (24%) in de TBP-groep een reductie in tumorvolume. Bij 3 patiënten was de volume-afname groter dan 30%. Van deze 15 patiënten waren 8 patiënten HPV+, 4 hadden PD-L1-expressie ≥1% en 5 hadden initieel een toename in tumorvolume van groter dan 20%. De graad 3/4 behandelingsgerelateerde bijwerkingen waren vergelijkbaar in de TBP- en de NTBP-groep.

Voor de biomarkeranalyse werden 4 groepen met elkaar vergeleken: patiënten met een complete of partiële respons (CR/PR), patiënten met ziekteprogressie (PD), patiënten uit de TBP-groep die een klinische respons lieten zien (TBPR) en tenslotte patiënten uit de TBP-groep die geen klinische respons lieten zien (TBPNR). Bij patiënten in de TBPR-groep werd een significante afname gezien in het percentage PD-1+ regulatoire T-cellen op dag 43 ten opzichte van dag 1 en was het percentage PD-1+ regulatoire T-cellen significant lager in vergelijking met het percentage bij TBPNR-patiënten op dag 43.

Samenvattend, behandeling met nivolumab na ziekteprogressie bij patiënten met terugkerende of metastaserende SCCHN wordt goed verdragen en zorgt bij een deel van hen alsnog voor een reductie in tumorvolume. Specifieke immuuncelprofielen van patiënten die in tweede instantie positief reageren op de behandeling met nivolumab zijn vergelijkbaar met die van patiënten die initieel goed reageren op nivolumab. Kortom, bij een selecte groep patiënten kan behandeling met nivolumab na initiële ziekteprogressie overwogen worden.

Referenties

1. Gillison ML, Blumenschein GR, Fayette J, et al. Nivolumab (Nivo) vs investigator’s choice (IC) for platinum-refractory (PR) recurrent or metastatic (R/M) squamous cell carcinoma of the head and neck (SCCHN; Checkmate 141): Outcomes in first-line (1L) R/m patients and updated safety and efficacy. Journal of Clinical Oncology 2017;35:suppl 6019.
2. Haddad R, Blumenschein GR, Fayette J, et al. Treatment beyond progression with nivolumab in patients with recurrent or metastatic (R/M) squamous cell carcinoma of the head and neck (SCCHN) in the phase 3 checkmate 141 study: A biomarker analysis and updated clinical outcomes. Gepresenteerd tijdens ESMO 2017; abstract 1043O.

Spreker Robert Haddad

 Haddad

Robert I. Haddad, MD, Dana-Farber Cancer Institute, Boston, USA


Zie: Keyslides

Back to Top