preheader

Banner website

Fulvestrant vertraagt ziekteprogressie bij vrouwen met hormoonreceptorpositieve borstkanker niet eerder behandeld met endocriene therapie

De fase III FALCON-studie toont aan dat fulvestrant bij patiënten met oestrogeen- en progesteronreceptorpositieve, lokaal gevorderde of gemetastaseerde borstkanker die niet eerder met hormoontherapie werden behandeld, ziekteprogressie significant vertraagt in vergelijking met anastrozol. Dit voordeel van fulvestrant was het meest duidelijk in de subgroep van patiënten zonder viscerale metastasen. Deze data suggereren dat het vroeger gebruiken van fulvestrant in de behandeling dan nu gebruikelijk is, een potentieel voordeel kan hebben voor deze patiënten.

De huidige aanbevelingen voor eerstelijnsbehandeling van patiënten met hormoonreceptorpositieve (HR+), lokaal gevorderde of gemetastaseerde borstkanker bestaan uit endocriene therapie met een derdegeneratie aromataseremmer (bijvoorbeeld anastrozol) of tamoxifen. Fulvestrant degradeert selectief de oestrogeenreceptor. In tegenstelling tot andere aromataseremmers, zoals anastrozol, beïnvloedt fulvestrant niet direct de oestrogeenwaardes. Fulvestrant is goedgekeurd voor de behandeling van patiënten met HR+ gevorderde borstkanker met progressie na anti-oestrogeentherapie. In de fase II FIRST-studie werd aangetoond dat fulvestrant ten minste zo effectief was als anastrozol als eerstelijnsbehandeling bij deze groep patiënten. Deze resultaten vormden de basis voor de fase III FALCON-studie.

De FALCON-studie is een gerandomiseerde, dubbelblinde, multicenter fase III-studie. In totaal werden 452 vrouwen met inoperabele, lokaal gevorderde of gemetastaseerde, ER-positieve, HER-negatieve borstkanker die niet eerder met hormoontherapie werden behandeld, geïncludeerd en gerandomiseerd tussen fulvestrant (500 mg intramusculaire injecties op dag 0, 14 en 28, gevolgd door elke 28 dagen; n=230) of anastrozol (dagelijkse dosis van 1 mg; n=232). Het primaire eindpunt van deze studie was progressievrije overleving (‘progression-free survival’, PFS). Secundaire eindpunten waren algehele overleving (‘overall survival’, OS), objectieve respons (‘objective response rate’, ORR), duur van de respons (‘duration of response’, DoR), klinische voordeel (‘clinical benefit rate’, CBR: CR, PR of stabiele ziekte ≥24 weken), duur van klinisch voordeel (‘duration of clinical benefit’, DoCB) en aan de gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven (‘health-related quality of life’, HRQoL) en veiligheid.

Na een mediane follow-up van 25 maanden hadden de patiënten behandeld met fulvestrant een borderline significante verbetering (21%) in PFS in vergelijking met de patiënten behandeld met anastrozol (mediane PFS 16,6 versus 13,8 maanden, HR[95%CI]: 0,797[0,637-0,999]; p=0,048). Een subgroepanalyse liet zien dat bij de patiënten zonder metastasen naar de lever of longen, fulvestrant een grotere impact had op PFS in vergelijking met anastrozol (mediane PFS: 22,3 versus 13,8 maanden; HR[95%CI]: 0,59[0,42-0,84]; p<0,01). Bij patiënten met viscerale metastasen was de PFS voor fulvestrant en anastrozol vergelijkbaar (mediane PFS 13,8 versus 15,9 maanden; HR[95%CI]: 0,99[0,74-1,33]). Een overzicht van de secundaire eindpunten staat in de bijlage (keyslide 4) van dit verslag.

De HRQoL was vergelijkbaar in beide groepen en de meest waargenomen bijwerkingen waren artralgie (gewrichtspijn; 16,7% versus 10,3%) en opvliegers (11,4% versus 10,3%) voor respectievelijk fulvestrant en anastrozol. Het voorkomen van ernstige bijwerkingen was ook vergelijkbaar: 13,2% voor fulvestrant en 13,4% voor anastrozol. Bijwerkingen van graad 3 of hoger kwamen bij 22,4% van de patiënten behandeld met fulvestrant voor en bij 17,7% van de patiënten behandeld met anastrozol. De behandeling werd bij 7% van de patiënten behandeld met fulvestrant stopgezet tegenover 4,7% van de patiënten behandeld met anastrozol.

Samenvattend laat de FALCON-studie zien dat de PFS significant beter is bij patiënten behandeld met fulvestrant in vergelijking met anastrozol, wat het meest naar voren komt bij de patiënten zonder viscerale metastasen. Voor deze laatstgenoemde groep wordt veelal gekozen voor endocriene therapie, waarbij fulvestrant de standaardbehandeling zou kunnen worden. Fulvestrant wordt goed getolereerd en heeft een gunstig bijwerkingenprofiel in vergelijking met andere behandelmogelijkheden (chemotherapie en CDK4-remmers). Een van de limiterende factoren van deze studie om deze naar de dagelijkse praktijk te vertalen, is dat er alleen patiënten zijn geïncludeerd zonder eerdere hormoonbehandeling. Veel patiënten met gevorderde borstkanker zijn reeds behandeld voor de primaire borstkanker. Ten tweede is de standaardbehandeling voor deze vrouwen veranderd sinds de start van deze studie: een combinatie van de CDK4/6-remmer palbociclib (goedgekeurd in de VS) in combinatie met een aromataseremmer. De optimale sequentie van therapieën voor deze groep patiënten moet in vervolgstudies beter worden gedefinieerd.

Referentie

Ellis M, Bondarenko I, Trishkina E, et al. FALCON: A phase III randomised trial of fulvestrant 500 mg vs. anastrozole for hormone receptor-positive advanced breast cancer. ESMO 2016, Abstract LBA14_PR.

Spreker Matthew Ellis

 Ellis

Prof. Matthew J. Ellis, MD, PhD
Lester and Sue Smith Breast Center, Baylor College of Medicine in Houston, Texas, VS


Zie: Keyslides

Back to Top