header

header1

Klinische activiteit aangetoond voor een antilichaam-drug-conjugaat in de behandeling van kleincellige longkanker

Kleincellige longkanker (‘small cell lung cancer’, SCLC) is een erg agressieve kanker die moeilijk te behandelen valt en bovendien vaak pas in een gemetastaseerd stadium wordt vastgesteld. De behandelopties voor deze patiënten zijn beperkt en dit resulteert in een zeer lage vijfjaarsoverleving van ongeveer van 6%. Tijdens het 2015 European Cancer Congress werden data gepresenteerd van een fase I-studie waaruit blijkt dat het antilichaam-geneesmiddelconjugaat rovalpituzumab tesirine (Rova-T) klinisch relevante activiteit heeft in de tweede- of derdelijnsbehandeling van SCLC.

De meest gangbare behandeling voor vroegstadium niet-kleincellige longkanker (‘non-small cell lung cancer’, NSCLC) is chirurgie. Bij SCLC is dit echter meestal geen optie aangezien deze ziekte zich meestal al in een gevorderd stadium bevindt ten tijde van de diagnose. De huidige standaard eerstelijnsbehandeling voor SCLC bestaat uit chemotherapie met etoposide-platinum, gecombineerd met radiotherapie. Indien deze eerstelijnsbehandeling faalt, is topotecan-chemotherapie de enige overgebleven behandeloptie. Aangezien SCLC’s regelmatig uitzaaien naar de hersenen wordt ook regelmatig craniale radiotherapie toegepast. Op het ogenblik is er geen derdelijnsbehandeling voor deze patiënten. Rova-T is een antilichaam-drug-conjugaat dat gericht is tegen DLL3 (delta like protein 3), een eiwit met een hoge expressie in ongeveer 70% van de SCLC. Om na te gaan in hoeverre Rova-T uitkomst kan bieden in de behandeling van recidiverende SCLC werd een fase I-studie opgezet met 79 SCLC-patiënten met ziekteprogressie na een eerste- of tweedelijnsbehandeling.

De mediane leeftijd van de patiënten in de studie bedroeg 62 jaar (spreiding 44-81 jaar). De patiënten in de studie kregen om de 3 weken Rova-T toegediend in een dosisescalatieschema tot op het punt van onaanvaardbare toxiciteit. Door middel van een antilichaam tegen DLL3 in gearchiveerde tumormonsters vond men een hoge DLL3-expressie in 33 van 48 tumormonsters (69%). Van de 29 patiënten met een bevestigde DLL3-expressie die behandeld werden met de expansiedosis van 0,2 mg/kg of 0,3 mg/kg vertoonde 34% een partiële respons en bij 31% werd ziektestabilisatie vastgesteld. Dit resulteert in een klinisch voordeel van 78%. De duur van de respons bedroeg meer dan 178 dagen, en geen van de patienten vertoonde ziekteprogressie. In de derdelijnsbehandeling stelde men een responspercentage vast van 20% in de ongeselecteerde populatie en van 45% bij 11 DLL3-positieve patiënten. De meest voorkomende bijwerkingen met Rova-T waren vermoeidheid (30%, graad 3/4 bij 7%), perifeer oedeem (18%, graad 3/4 bij 2%), maculaire en papulaire uitslag (16%, graad 3/4 bij 7%) en trombocytopenie (20%, graad 3/4 bij 14%). Ook stelde men laaggradige vormen van verminderde eetlust (18%), anemie (11%), erytheem (14%) en lichtgevoeligheidsreacties (14%) vast.

Samengevat resulteert een tweede- of derdelijnsbehandeling met Rova-T in een significant percentage langdurige responsen bij patiënten met SCLC. Deze resultaten zijn opmerkelijk gezien de agressieve aard van dergelijke tumoren waarbij men meestal een snelle ziekteprogressie ziet en vormen dan ook een erg overtuigende basis voor een evaluatie van Rova-T in een grotere, gerandomiseerde fase II- of III-studie.

Referentie

Pietanza MC, et al. Safety, activity, and response durability assessment of single agent rovalpituzumab tesirine, a delta-like protein 3 (DLL3)-targeted antibody drug conjugate (ADC), in small cell lung cancer (SCLC). Presented at ECC 2015; Abstract #LBA7.

Spreker Catherine Pietanza

 Pietanza1

Catherine Pietanza, MD
medical oncologist, Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York, VS


Zie: Keyslides

Back to Top