header

header website

Ipilimumab is actief in de behandeling van castratie-resistente prostaatkanker

Uit de fase III-data, gepresenteerd tijdens het European Cancer Congress 2013 (ESMO) in Amsterdam blijkt dat ipilimumab, een geneesmiddel dat gericht is tegen het cytotoxisch T-lymfocyt antigeen-4 (CTLA-4) en gebruikt wordt bij de behandeling van gevorderd melanoom, ook actief is in de behandeling van mannen met gevorderde castratieresistente prostaatkanker (CRPC). In vergelijking met de placebo, was ipilimumab geassocieerd met een significant langere progressievrije overleving (PFS). Dit resulteerde echter niet in een statistisch significant verschil in totale overleving (‘overall survival’; OS), het primaire eindpunt van de studie.

Ipilimumab is een geneesmiddel dat gericht is tegen CTLA-4 en zorgt voor een afname in het aantal regulatorische T-cellen en een activering van de cytotoxische T-cellen. Dit alles resulteert in een stimulatie van de anti-kankerimmuniteit. Uit verschillende fase I- en II-studies bleek dat ipilimumab ook antitumorale effecten heeft bij CRPC. In de gepresenteerde fase III-studie werden 799 post-docetaxel CRPC-patiënten behandeld met 8Gy-radiotherapie gericht op het bot waarna ze 1 op 1 werden gerandomiseerd tussen een behandeling met ipilimumab (10mg/kg, N=399) of placebo (N=400).

Uit de studie bleek dat het verschil in OS tussen beide studiearmen net niet significant was (11,2 maanden met ipilimumab versus 10,0 maanden met placebo, HR[95%BI]: 0,85[0,72-1,0]; p=0,0530). Uit een vooraf geplande subgroepanalyse bleek verder dat het al dan niet hebben van viscerale metastases een invloed had op het effect van ipilimumab. Zo leken patiënten zonder viscerale metastasese meer baat te hebben van ipilimumab dan patiënten met dergelijke uitzaaiingen. Uit een post-hoc subgroepanalyse bij patiënten met een beter prognostisch profile (ALP 10g/dL, geen viscerela metastases) bleek dat de OS significant beter was voor patiënten behandeld met ipilimumab (22,7 versus 15,8 maanden, HR[95%BI]: 0,62[0,450,86]). Voor de secundaire eindpunten PFS- en PSA-respons kon men wel een significant voordeel voor ipilimumab aantonen. Zo was de PFS met ipilimumab 4,0 maanden tegenover 3,1 maanden met placebo (HR[95%BI]: 0,70[0,61-0,82], p<0,0001). het="" gehalte="" psa-respons="" bedroeg="" 13="" 1="" met="" ipilimumab="" tegenover="" 5="" 3="" placebo="" p=""></p> <p>Het toxiciteitsprofiel van ipilimumab in deze studie was vergelijkbaar met wat men observeerde in andere ipilimumabstudies. De voornaamste immuungerelateerde hooggradige neveneffecten (graad 3 of hoger) waren gastrointestinaal (18% versus 1%), hepatologisch (4,6% versus 1,3%) of endocriene (2,0% versus 0,5%) van aard. De meeste van deze neveneffecten waren omkeerbaar door gebruik te maken van de richtlijnen voor de behandeling van immuungerelateerde neveneffecten. De incidentie van drug-gerelateerd overlijden en gastro-intestinale perforaties was laag en bedroeg respectievelijk 1% en 0,6%.</p> <p>Samengevat slaagde deze studie er niet in om het primaire eindpunt van een betere OS met ipilimumab te bereiken. Wel toonde men een verbetering aan voor ipilimumab bij patiënten met gevorderde CRPC, resulterend in een betere PFS en een hoger gehalte PSA-respons dan wat men zag in de placebogroep. Uit een subgroepanalyse bleek verder dat patiënten met een lagere ziektelast mogelijk meer voordeel hebben van ipilimumab. Deze groep van patiënten wordt in meer detail bestudeerd in een andere, nog lopende fase III-studie.</p> <h4>Referentie</h4> <p><span style="font-size: 10px; line-height: 150%;">W. Gerritsen, E. Kwon, K. Fizazi, et al. A CA184-043: A randomized, multicenter, double-blind phase 3 trial comparing overall survival (OS) in patients (pts) with post-docetaxel castration-resistant prostate cancer (CRPC) and bone metastases treated with ipilimumab (ipi) vs placebo (pbo), each following single-dose radiotherapy (RT). Presented at the 2013 European Cancer Conference. Abstract #2850.

 

Spreker Winald Gerritsen

 Gerritsen

Winald R. Gerritsen, MD, PhD
Internist-Oncoloog, UMC St. Radboud, Department of Oncology, Nijmegen


Zie: Keyslides

Back to Top