header

headerESMO2012

Pazopanib non-inferieur aan sunitinib bij gemetastaseerd niercelkanker voor progressievrije overleving (PFS)

De open-label fase III COMPARZ-studie met ruim 1.100 patiënten met gemetastaseerd niercelkanker toont aan dat pazopanib een vergelijkbare effectiviteit (i.e. in deze studie: non-inferieur is) heeft als sunitinib in de eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerd niercelcarcinoom, volgens Dr. Robert Motzer van het Memorial Sloan Kettering Cancer Center in New York, USA.1
Pazopanib en sunitinib zijn beide orale multi-kinase angiogeneseremmers, die een gunstig effect blijken te hebben op de progressievrije overleving (PFS) van patiënten met gemetastaseerd niercelkanker (mRCC).2

Methoden

In totaal 1.110 behandelingsnaïeve patiënten met een 'clear cell' mRCC en een meetbare ziekteactiviteit kregen at random pazopanib 800 mg QD in een continue dosering of sunitinib 50 mg QD in cycli van zes weken (vier weken 'on' en twee weken 'off').
Het primaire eindpunt was zoals eerder genoemd, de PFS. Op basis van vooraf geplande 631 PFS events zou het onderzoek een statistische power van 80% hebben om non-inferioriteit van pazopanib ten opzichte van sunitinib te detecteren. Indien bovendien de bovengrens van het betrouwbaarheidsinterval voor de Hazard Ratio < 1,25 is, dan is sprake van superioriteit van pazopanib ten opzichte van sunitinib.
Als secundaire eindpunten werden onder andere gehanteerd de totale overleving (OS), het totale responspercentage (ORR), het optreden van adverse events (AE’s) en door de patiënten gerapporteerde kwaliteit van leven (QoL).

Resultaten

De kenmerken van de patiënten werden gebalanceerd tussen beide behandelgroepen. De bovenlimiet van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de hazard ratio voor de primaire uitkomstmaat, PFS, was < 1,25. Dit wijst erop dat pazopanib non-inferieur is aan sunitinib, aldus onderzoekers. De mediane PFS zoals beoordeeld door onafhankelijke reviewers bedroeg 8,4 maanden voor pazopanib en 9,5 maanden voor sunitinib (HR[95% CI]: 1,047 [0,898, 1,220]. De mediane PFS zoals beoordeeld door de onderzoekers bedroeg voor beide middelen ruim tien maanden (zie tabel). Met pazopanib werd een hogere respons bereikt dan met sunitinib (31% versus 25%, p=0,032, zie dia’s voor uitkomsten voor de SD-, PR-, CR-waarden volgens RECIST criteria). Het eindpunt voor OS is nog niet bereikt waardoor een definitieve conclusie nog niet kan worden getrokken of er in dit opzicht verschil is tussen beide behandelingen.

In de pazopanib-arm werd als bijwerking meer een verhoging van het ALT-enzym gevonden en haarverkleuring, en in de sunitinib-arm meer vermoeidheid, hand-voet syndroom, verandering van smaak en trombocytopenie (zie dia’s). Twee procent van de patiënten in de pazopanib-arm en drie procent van patiënten in de sunitinib-arm ervaarden graad 5 AE’s. Het bijwerkingenprofiel van pazopanib bleek gunstiger dan dat van sunitinib indien gekeken werd naar relatieve risico’s (zie dia’s).

In 11 van de 14 domeinen voor de QoL werden kleine, maar statistisch significante verschillen gevonden, allemaal ten gunste van pazopanib. Eenzelfde bevinding volgde uit de uitkomsten van de PISCES-studie, een dubbelblinde cross-over studie die de therapeutische preferentie van patiënten onderzocht na een behandeling van tien weken met sunitinib gevolgd door tien weken pazopanib of vice versa en waarvan de QoL-resultaten eveneens werden gepresenteerd tijdens ESMO2012 (zie dia)3  en ASCO20124.  In die studie bleken significant meer patiënten de voorkeur te geven aan pazopanib versus sunitinib (70% vs. 22%, p<0,001), onafhankelijk van de volgorde van beide middelen bij de cross-over en ditzelfde gold voor de behandelend artsen (61% vs. 22%, zie dia’s). De redenen hiervoor bij patiënten waren voornamelijk dat pazopanib een betere kwaliteit van leven en minder vermoeidheid gaf dan sunitinib (zie dia’s).

Eindpunten

 

Pazopanib
N = 557

Sunitinib
N = 553

Hazard Ratio

95%-BI

PFS (IRC, primair)

Mediaan (maanden)

8,4

9,5

1,047

0,898-1,220

PFS (onderzoekers)

Mediaan (maanden)

10,5

10,2

0,998

0,863-1,154

OS

Mediaan (maanden)

28,4

29,3

0,908

0,762-1,082
P = 0,275

ORR (IRC)

P = 0,032

31%

25%

-

-

IRC= independent review committee

Conclusies

De resultaten van het COMPARZ-onderzoek tonen dat pazopanib non-inferieur is aan sunitinib voor wat betreft de primaire uitkomstmaat, de PFS, en leidt tot een hogere respons dan sunitinib, maar dat de bijwerkingenprofielen en de kwaliteit van leven bij gebruik van deze middelen wél verschillen. Met pazopanib kwam een lagere incidentie van het hand-voet-syndroom, vermoeidheid en mucositis voor, maar een hogere incidentie van afwijkende leverfunctiewaarden. In de praktijk kan de leverfunctie het beste eenmaal per vier weken gedurende de eerste vier maanden gecontroleerd worden en periodiek daarna, daar verhoogde leverenzymwaarden met pazopanib het meest gezien worden gedurende de eerste 12 weken (zie dia’s voor een praktisch algoritme voor het management van levertoxiciteit bij pazopanib). Voor wat betreft de beoordeling van de kwaliteit van leven door de patiënt, gaf men de voorkeur aan pazopanib ten opzichte van sunitinib. Deze laatste bevinding is ook in lijn met de uitkomst van de PISCES-studie, een cross-over studie naar de patiëntenvoorkeur voor sunitinib of pazopanib, na een sequentiële behandelperiode van tien weken met elk van beide middelen, waarvan de resultaten ook tijdens de ESMO 2012 werd gepresenteerd.

Referentie

1. Motzer RJ, Hutson TE, Reeves J, et al. Randomized, open label, phase III trial of pazopanib versus sunitinib in first-line treatment of patients with metastatic renal cell carcinoma (mRCC); Results of the COMPARZ trial. ESMO Congress 2012,Wenen, Oostenrijk. Ann of Oncol 2012;vol23;suppl9:abstract LBA8.
2. NEJM 2007;356:115; JCO 2009;29:475.
3. Cella D, et al. Poster 792PD.
4. Escudier BJ, et al. J Clin Oncol 30, 2012, suppl, abstract CRA4502.

Spreker Robert Motzer

 motzer

Robert Motzer, MD, PhD
Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York, USA


Zie: Keyslides

Back to Top