header

headerESMO2012

NVALT-10: Erlotinib met pemetrexed geeft een significant hogere overleving bij niet squameus, niet-kleincellig longkanker

Het gelijktijdig geven van epidermale groeifactor receptor tyrosine kinase inhibitoren (TKI’s), zoals erlotinib en chemotherapie blijkt de overleving niet te verbeteren bij squameus niet-kleincellig longkanker, maar wel bij niet squameus niet-kleincellig longkanker. Ondanks dat uit preklinisch onderzoek en vroege niet-vergelijkingsstudies naar voren was gekomen dat chemotherapie en TKI’ s een synergistisch effect hebben.

Studie-opzet

NVALT10 betreft een gerandomiseerde open-label fase II-studie bij patiënten met een gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC), bij wie sprake is van ziekteprogressie tijdens of na afloop van een eerstelijns platinumbevattende chemotherapie.
De deelnemers werden verdeeld in twee behandelgroepen:

  • Groep A kreeg monotherapie erlotinib 150 mg oraal per dag bij zowel degenen met een plaveiselcelcarcinoom (squamous, SQ) als bij degenen met een niet-plaveiselcelcarcinoom ((non-squamous, NSQ);
  • Groep B kreeg erlotinib 150 mg oraal van dag 2-16 tijdens een cyclus van 21 dagen gedurende vier cycli. Dit werd gecombineerd met docetaxel 75 mg/m2 op dag 1 bij degenen met een plaveiselcelcarcinoom (squamous, SQ) of pemetrexed 500 mg/m2 op dag 1 bij degenen met een niet-plaveiselcelcarcinoom (non-squamous, NSQ).

Na het beëindigen van de chemotherapie werd erlotinib gecontinueerd als een dagelijks regime, totdat er ziekteprogressie (PD) optrad.
Het primaire eindpunt was de progressievrije overleving (PFS). De secundaire eindpunten omvatten de toxiciteit en de totale overleving (OS). Er werden vooraf geplande subgroepanalyses uitgevoerd naar de patiënten met SQ en NSQ.

Resultaten

Tussen maart 2009 en december 2011 werden 231 patiënten gerandomiseerd (tabel 1).

Tabel 1. Aantal deelnemers per behandelgroep (N= 231 totaal).

 

Totaal

SQ

NSQ

Groep A
(erlotinib monotherapie)


115


42


73

Groep B (chemotherapie + erlotinib)


116


35


81


De aangepaste hazard ratio's (HR) voor alle deelnemers waren:

  • 0,80 (95%-BI 0,60-1,06; p = 0,12) voor de PFS en
  • 0,68 (95%-BI 0,50-0,94; p = 0,02) voor de OS.

Toxiciteit van graad ≥ 3 trad op bij 19% in groep A en 55% in groep B. Dit betrof voornamelijk 'rash' (respectievelijk 7 en 15%). Bij respectievelijk 0 en 6% was sprake van febriele neutropenie.

Tabel 2. Eindpunten in de behandelgroepen en de twee onderzochte subgroepen.

Alle patiënten

Plaveiselcelcarcinoma

(SQ)

[erlotinib + docetaxel]

Niet-plaveiselcelcarcinoma

(NSQ)

[erlotinib + pemetrexed]

 

mono

combi

mono

combi

mono

combi

Mannen/
vrouwen (%)

65/35

63/37

74/26

77/23

60/40

56/44

Leeftijd (med. range)

64

(38-81)

63

(40-81)

66

(53-81)

64

(51-80)

62

(38-79)

62

(40-82)

ECOG PS 0/1/2/ (%)

34/58/8

43/50/8

31/64/5

37/57/6

36/55/10

45/46/9

PFS in maanden (mediaan; 95%-BI)

4,9

(4,2-6,3)

6,1

(4,8-7,9)

4,9

(3,8-8,0)

4,1

(2,9-8,2)

4,9

(3,9-7,6)

7,0

(5,3-9,1)

 

N.S.

OS in maanden (mediaan; 95%-BI)

5,5

(4,5-8,5)

7,8

(6,5-10,4)

 

p<0,02

6,2

(4,5-9,8)

6,1

(4,1-11,7)

 

N.S.

5,5

(4,3-9,4)

7,9

(6,7-13,7)

 

p<0,02

Conclusies

In de niet-squameuze NSCLC-groep (NSQ) verhoogde de combinatietherapie van erlotinib met pemetrexed de PFS en de OS vergeleken met monotherapie erlotinib, maar dit verschil bereikte alleen significantie voor de OS (p<0,02; monotherapie erlotinib OS: 5,5 maanden versus 7,9 maanden voor de combinatie).
Voor de squameuze NSCLC-groep (SQ) is er geen statistisch significant verschil tussen monotherapie met erlotinib of combinatietherapie met docetaxel indien gekeken wordt naar OS en PFS.
De combinatie-therapie verhoogde de toxiciteit. De bijwerkingen die werden waargenomen tijdens de combinatietherapie waren consistent met de bijwerkingen die werden geobserveerd in eerdere studies maar de bijwerkingen voor erlotinib namen wel toe indien gecombineerd werd met pemetrexed.

Referentie

Aerts JG, Codrington H, Burgers S, et al. A randomized phase II study comparing erlotinib (E) versus E alternating with chemotherapy in relapsed non-small cell lung cancer (NSCLC) patients. The NVALT10 study. ESMO Congress 2012. Wenen, Oostenrijk. Ann of Oncol 2012; 23; suppl 9:abstract LBA29.

Spreker Joachim Aerts

 aerts

Joachim Aerts, MD, PhD
longarts, Amphia Ziekenhuis Breda
, Nederland


Zie: Keyslides

Back to Top