preheader 2019

Banner ASCO

22435 Novartis Taf Mek031 Online banner 900x130 6 wit

KRISTINE: trastuzumab emtansine plus pertuzumab versus chemotherapie met duale HER2-blokkade bij HER2-positieve borstkanker

In Chicago werden de eindresultaten van de KRISTINE fase III-studie gepresenteerd. In die studie werd een combinatietherapie van trastuzumab emtansine (T-DM1) plus pertuzumab vergeleken met neoadjuvante chemotherapie met trastuzumab en pertuzumab (TCHP). De gerapporteerde data rechtvaardigen vooralsnog niet de vervanging van chemotherapie als standaardbehandeling.

Achtergrond

De standaardbehandeling van HER2-positieve borstkanker bestaat uit neoadjuvante behandeling met chemotherapie en duale HER2-blokkade met trastuzumab en pertuzumab, gevolgd in de adjuvante setting door een HER2-blokkade. Echter, een deel van deze patiënten zal recidiveren en bovendien is de systemische chemotherapiebehandeling geassocieerd met systemische toxiciteit. Onderzoekers zijn om die reden op zoek naar nieuwe alternatieve behandelstrategieën die de traditionele chemotherapie kunnen vervangen.

Studie-opzet

KRISTINE (NCT02131064) was een gerandomiseerde studie waarin neoadjuvante trastuzumab emtansine plus pertuzumab (T-DM1+P) werd vergeleken met docetaxel, carboplatine en trastuzumab plus pertuzumab (TCHP). Patiënten met HER2-positieve stadium II-III borstkanker kregen 6 cycli neoadjuvante T-DM1+P (n=223) of TCHP (n=221) elke 3 weken. In de adjuvante setting kregen patiënten 12 cycli T-DM1+P in de T-DM1+P-arm en 12 cycli trastuzumab plus pertuzumab in de TCHP-arm. Patiënten in de T-DM1+P-arm die geen pathologisch complete respons (pCR) bereikten, werden gestimuleerd om standaard adjuvante chemotherapie te ondergaan voorafgaand aan adjuvante T-DM1+P. Het primaire eindpunt was pCR. Secundaire eindpunten, geanalyseerd met beschrijvende statistiek, waren onder andere: eventvrije overleving (EFS; alle events, pre- en postoperatief), invasieve ziektevrije overleving (IDFS; invasieve events, postoperatief), algehele overleving en het bijwerkingenprofiel.

Resultaten

De resultaten omtrent het primaire eindpunt zijn in een eerder stadium gerapporteerd; neoadjuvante TCHP resulteerde in een superieur pCR-percentage, vergeleken met T-DM1+P (56% versus 44%; p=0,0155). Na een mediane follow-up van 37 maanden, was de EFS in het voordeel van TCHP (HR 2,61 [95%-BI 1,36-4,98]) als gevolg van een hoger aantal locoregionale progressie-events in de T-DM1+P arm voorafgaand aan de operatie (6,7% versus 0%). Het bereiken van pCR was geassocieerd met een lager risico op een IDFS-event (HR 0,24 [95%-BI 0,09-0,60]), onafhankelijk van studie-arm. Er was sprake van 5 sterfgevallen (2,3%) in de TCHP-arm en 6 (2,7%) in de T-DM1+P.

Door de patiënt gerapporteerde uitkomsten lieten in de neoadjuvante fase een voordeel zien voor de T-DM1+P-behandeling. In de adjuvante fase werden geen klinisch relevante verschillen gevonden tussen de twee behandelarmen.

Over het algemeen was er sprake van meer graad ≥3-bijwerkingen met TCHP, maar bijwerkingen leidden vaker tot het staken van de behandeling in de T-DM1+P-arm. Wanneer alleen de adjuvante fase werd beschouwd, rapporteerden patiënten in de TCHP-arm minder graad ≥3-bijwerkingen.

Conclusies

De T-DM1+P-behandeling ging gepaard met minder graad ≥3-bijwerkingen, maar deze behandeling werd wel vaker gestaakt. Als gevolg van locoregionale progressie met T-DM1+P voorafgaand aan chirurgie, was EFS in het voordeel van TCHP. Het vergelijkbare risico op invasieve ziektevrije overleving van de twee behandelingen suggereert dat er mogelijkheden zijn voor een deel van de patiënten die op zoek zijn naar alternatieven voor chemotherapie. De klinische toepasbaarheid van de chemotherapie-vervangende behandelingen vereist vooralsnog meer onderzoek.

Referentie

Hurvitz SA, Martin M, KH Jung, et al. Neoadjuvant trastuzumab (H), pertuzumab (P), and chemotherapy versus trastuzumab emtansine (T-DM1) and P in human epidermal growth factor receptor 2 (HER2)-positive breast cancer (BC): Final outcome results from the phase III KRISTINE study. Gepresenteerd tijdens ASCO 2019; abstract 500.

 

Spreker Sara A. Hurvitz

 Sara Hurvitz

Sara A. Hurvitz, MD
David Geffen School of Medicine,
University of California, VS


Zie: Keyslides

Back to Top