preheader 2019

Banner ASCO

Effectiviteit van nivolumab + ipilimumab bij gevorderd niercelcarcinoom consistent onafhankelijk van het aantal IMDC-risicofactoren

Behandeling van gevorderd niercelcarcinoom met nivolumab + ipilimumab resulteerde na een lange follow-up in een consistente effectiviteit (OS, PFS en ORR), onafhankelijk van het aantal IMDC-risicofactoren van de patiënt, terwijl de effectiviteit van sunitinib daalde naarmate het aantal risicofactoren toenam. Bovendien had nivolumab + ipilimumab een hogere effectiviteit vergeleken met sunitinib voor patiënten met 1-6 risicofactoren. Deze resultaten suggereren dat er een verbeterd prognostisch model voor immuuntherapieën bij gevorderd niercelcarcinoom nodig is.

Achtergrond

De combinatie van nivolumab en ipilimumab is goedgekeurd voor de eerstelijnsbehandeling van patiënten met door het ‘International Metastatic Renal Cell Carcinoma Database Consortium’ (IMDC) gedefinieerde intermediair of hoogrisico gevorderd niercelcarcinoom (‘advanced renal cell carcinoma’, aRCC).1,2 Het prognostische IMDC-model is echter ontwikkeld op basis van anti-VEGF-behandelingen voor aRCC en is daardoor wellicht niet het optimale instrument om responsen op combinaties van immuuntherapieën te voorspellen.3 Bernard Escudier presenteerde tijdens ASCO 2019 de resultaten van de post-hocanalyse van de CheckMate 214-studie, waarin de effectiviteit van nivolumab + ipilimumab (NIVO+IPI) werd vergeleken met sunitinib (SUN) in relatie tot het aantal aanwezige IMDC-risicofactoren.4 Het doel van deze analyse was om de prognostische waarde van het IMDC-model voor aRCC-patiënten die behandeld zijn met NIVO+IPI verder te onderzoeken.

Methoden

De CheckMate 214-studie is een gerandomiseerde, open-label fase III-studie. Patiënten werden gerandomiseerd (1:1) naar NIVO (3 mg/kg) plus IPI (1 mg/kg, intraveneus, elke 3 weken gedurende 3 doses) gevolgd door NIVO-onderhoudstherapie (3 mg/kg elke 2 weken) of SUN (50 mg oraal, eenmaal daags gedurende 4 weken gevolgd door 2 weken niet in elke 6 weken-cyclus).5 De tijdens ASCO 2019 gepresenteerde data betrof een post-hocanalyse van de effectiviteitsuitkomsten in relatie tot het aantal IMDC-risicofactoren. De uitkomstmaten waren algemene overleving (‘overall survival’, OS), door de onderzoeker bepaalde objectieve responspercentages (‘objective response rate’, ORR) en progressievrije overleving (‘progression-free survival’, PFS). Patiënten werden gecategoriseerd als gunstig (0), intermediair (1-2) of slecht (3-6) aan de hand van het aantal IMDC-risicofactoren.

Resultaten

De minimale follow-up was 30 maanden (mediaan 32,4 maanden). De intention-to-treat-populatie bestond uit 1.096 patiënten. Van de 1.051 geanalyseerde patiënten had 24% een gunstig risicoprofiel, 60% intermediair en 17% slecht. Van de patiënten met een intermediair risicoprofiel had 58% 1 risicofactor en 42% 2 risicofactoren. Van de slecht risico-patiënten had 58% 3 risicofactoren, 29% had 4 risicofactoren en enkelen hadden 5 (10%) of 6 (3%) risicofactoren.

In de intention-to-treat-populatie hield het OS-voordeel van NIVO+IPI aan bij een langere follow-up. De mediane OS was zowel bij NIVO+IPI als bij SUN niet bereikt bij patiënten met 0 risicofactoren, maar bij patiënten met 1-6 risicofactoren was de OS verbeterd met NIVO+IPI vergeleken met SUN.

De ORR bleef consistent met NIVO+IPI onafhankelijk van het aantal risicofactoren, maar bij SUN daalde de ORR naarmate het aantal risicofactoren toenam. De ORR was hoger met NIVO+IPI vergeleken met SUN voor alle aantallen risicofactoren. Het complete responspercentage was hoger met NIVO+IPI versus SUN voor patiënten met 0-3 risicofactoren.

In de intention-to-treat-populatie liet NIVO+IPI een laat gunstig effect (na 12 maanden) zien in PFS. De mediane PFS was 13,9 maanden met NIVO+IPI en 19,9 maanden met SUN bij patiënten met 0 risicofactoren, maar bij patiënten met 1-6 risicofactoren was de PFS hoger met NIVO+IPI vergeleken met SUN.

Conclusie

NIVO+IPI resulteerde na een lange follow-up in een consistente effectiviteit (OS, PFS en ORR), onafhankelijk van het aantal IMDC-risicofactoren, terwijl de effectiviteit van SUN daalde naarmate het aantal risicofactoren toenam. Bovendien had NIVO+IPI een hogere effectiviteit vergeleken met SUN voor patiënten met 1-6 risicofactoren. Deze resultaten suggereren dat er een verbeterd prognostisch model voor immuuntherapieën bij aRCC nodig is.

Referenties

1. OPDIVO. Online beschikbaar: https://www.ema.europa.eu/en/medicines/human/EPAR/opdivo. Bezocht op 12 maart 2019.
2. YERVOY. Online beschikbaar: https://www.ema.europa.eu/en/medicines/human/EPAR/yervoy. Bezocht op 12 maart 2019.
3. Heng DY, Xie W, Regan MM, et al. Prognostic factors for overall survival in patients with metastatic renal cell carcinoma treated with vascular endothelial growth factor-targeted agents: results from a large, multicenter study. J Clin Oncol 2009;27:5794-9.
4. Escudier B, Motzer RJ, Tannir NM, et al. Consistent efficacy of nivolumab plus ipilimumab across number of International Metastatic Database Consortium (IMDC) risk factors in CheckMate 214. Gepresenteerd tijdens ASCO 2019; abstract 4575.
5. Motzer RJ, Tannir NM, McDermott DF, et al. Nivolumab plus ipilimumab versus sunitinib in advanced renal-cell carcinoma. N Engl J Med 2018;378:1277–90.

 

Spreker Bernard Escudier

 Bernard Escudier

Bernard Escudier, MD
Institute Gustave Roussy,
Villejuif, Frankrijk


Zie: Keyslides

Back to Top