preheader

header website

Selecteren van vrouwen met borstkanker in een vroeg stadium die meeste baat hebben bij chemotherapie met de Oncotype DX-test

De reeds langverwachte resultaten van de fase III TAILORx-studie toonden aan dat de meeste vrouwen met hormoonreceptor (HR)-positieve, HER2-negatieve, lymfekliernegatieve borstkanker in een vroeg stadium en een medium risicoscore in de Oncotype DX®-test geen adjuvante chemotherapie nodig hebben. De onderzoekers vonden geen verbetering van de ziektevrije overleving (DFS) wanneer chemotherapie werd toegevoegd aan hormoontherapie bij deze patiëntengroep. Deze bevindingen hebben mogelijk grote impact op de klinische praktijk en hiermee kunnen duizenden vrouwen de bijwerkingen van chemotherapie worden bespaard.

Uit diverse eerdere studies blijkt dat de ‘21-tumor gene expression assay’ (Oncotype DX® recidiefscore) veelvuldig wordt gebruikt om prognostische informatie te verkrijgen over het risico op recidieven van borstkanker binnen 10 jaar. Met deze informatie kan worden voorspeld welke patiënten de meeste baat hebben bij chemotherapie. Vrouwen met een lage recidiefscore (0-10) krijgen alleen hormoontherapie, degenen met een hoge score (26 of hoger) ontvangen hormoontherapie in combinatie met chemotherapie. Er bestond echter onzekerheid over de beste behandeling voor vrouwen met een medium score (11-25) in de Oncotype DX®. Hierover verschaffen de resultaten van de TAILORx-studie nu meer duidelijkheid.

De TAILORx-studie includeerde 10.273 vrouwen met HR-positieve, HER2-negatieve, lymfekliernegatieve borstkanker. Van hen hadden 6.711 vrouwen een medium recidiefscore van 11-25. Deze patiënten werden gerandomiseerd tussen alleen hormoontherapie of hormoontherapie in combinatie met chemotherapie. Het primaire eindpunt was de invasieve ziektevrije overleving (iDFS). De studie was ontworpen om non-inferioriteit van alleen endocriene therapie aan te tonen ten opzichte van de combinatie hormoon- en chemotherapie. Een iDFS-event was gedefinieerd als een recidief van kanker in de borst, regionale lymfeklieren en/of organen op afstand, een tweede primaire tumor in de andere borst of een ander orgaan, of overlijden door elke oorzaak.

Na een mediane follow-up van 7,5 jaar behaalde de studie zijn primaire eindpunt, wat betekende dat alleen hormoontherapie niet minder effectief is dan chemotherapie plus hormoontherapie bij vrouwen met een recidiefscore van 11-25 (HR [95%BI] 1,08 [0,94-1,24]; p=0,26). Hormoontherapie bleek tevens niet-inferieur aan chemotherapie plus hormoontherapie in termen van recidief-op-afstand-vrij interval (HR 1,03; p=0,80), recidiefvrij interval (HR 1,12; p=0,28) en totale overleving (OS: HR 0,97; p=0,80). De 9-jaarspercentages waren vergelijkbaar tussen beide behandelarmen voor DFS (83,3% versus 84,3%), recidief op afstand (94,5% versus 95,0%) en OS (93,9% versus 93,8%). Deze bevindingen illustreren ook het gebrek aan voordeel van het toevoegen van chemotherapie aan hormoontherapie. Eén subgroep van vrouwen bleek echter wel voordeel te hebben van de toevoeging van chemotherapie: vrouwen van 50 jaar of jonger met een recidiefscore van 16-25 (2% minder recidieven op afstand voor recidiefscore 16-20 en 7% minder voor recidiefscore 21-25).

Uit de TAILORx-studie bleek ook dat vrouwen met een recidiefscore van £10 een zeer laag recidiefpercentage hadden met alleen hormoontherapie, onafhankelijk van leeftijd en andere klinische factoren. Onder de vrouwen met een recidiefscore van ≥26 was het percentage recidieven op afstand 13%, ondanks chemotherapie en endocriene therapie. Voor deze subgroep zijn effectievere therapieën nodig.

Samengevat suggereren deze bevindingen dat chemotherapie achterwege gelaten kan worden bij vrouwen van >50 jaar met HR-positieve, HER2-negatieve, lymfekliernegatieve borstkanker en een recidiefscore van 0-25 (ongeveer 85% van de vrouwen met borstkanker in deze leeftijdscategorie) en bij alle vrouwen £50 jaar met HR-positieve, HER2-negatieve, lymfekliernegatieve borstkanker en een recidiefscore van 0-15 (circa 40% van de vrouwen met borstkanker in deze leeftijdscategorie). Dit betekent dat chemotherapie met al zijn bijwerkingen bij duizenden vrouwen achterwege kan worden gelaten met nog steeds hele goed uitkomsten op de lange termijn.

 

Referentie

Sparano J, et al. TAILORx: Phase III trial of chemoendocrine therapy versus endocrine therapy alone in hormone receptor-positive, HER2-negative, node-negative breast cancer and an intermediate prognosis 21-gene recurrence score. Gepresenteerd tijdens ASCO 2018; abstract LBA1.

Spreker Joseph Sparano

 Sparano

Prof. Joseph A. Sparano, MD, Albert Einstein Cancer Center and Montefiore Health System, New York, NY, USA


Zie: Keyslides

Back to Top