preheader

header website

Langere overleving met pembrolizumab als eerstelijnsbehandeling vergeleken met op platinumgebaseerde chemotherapie bij patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom en een PD-L1-tumorproportiescore van 1% of meer

Als eerstelijnsbehandeling voor gemetastaseerd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) zonder veranderingen die als aangrijpingspunten kunnen dienen voor behandeling en een PD-L1-tumorproportiescore (TPS) van 50% of meer, heeft pembrolizumab in de KEYNOTE-024-studie reeds laten zien dat het significant de progressievrije overleving (PFS) en algehele overleving (OS) verbeterde in vergelijking met chemotherapie. Gegevens van KEYNOTE-042, gepresenteerd in een plenaire sessie van ASCO 2018, duiden erop dat pembrolizumab ook de overleving verbetert van gevorderd of gemetastaseerde NSCLC met een lagere PD-L1-expressie. Patiënten met gevorderd NSCLC en een TPS van ≥1%, die eerst werden behandeld met pembrolizumab, leefden mediaan 4-8 maanden langer dan patiënten die chemotherapie kregen. Bovendien werden bij minder patiënten ernstige bijwerkingen gerapporteerd met pembrolizumab dan bij patiënten die chemotherapie ondergingen (18% versus 41%). Deze resultaten geven aan dat pembrolizumab een zinvolle behandeloptie is voor een veel grotere groep patiënten dan eerder werd aangenomen.

In de KEYNOTE-042-studie werden 1.274 patiënten met lokaal gevorderd of gemetastaseerd NSCLC gerandomiseerd toegewezen aan de pembrolizumab-groep (200 mg Q3W) of de controlegroep (chemotherapie naar keuze van de onderzoeker: ≤6 cycli paclitaxel+carboplatine of pemetrexed+carboplatine met optioneel pemetrexed-onderhoudsbehandeling (alleen niet-plaveiselcel). De randomisatie werd gestratificeerd voor regio (Oost-Azië versus niet-Oost-Azië), ECOG-performancestatus (0 versus 1), histologie (plaveiselcel versus niet-plaveiselcel) en TPS (≥50% versus 1-49%). Voor de analyse analyseerden de onderzoekers de klinische resultaten in 3 patiëntgroepen op basis van TPS: ≥50% (n=599), ≥20% (n=818) en ≥1% (n=1.274).

Na een mediane follow-up van 12,8 maanden had de groep patiënten die waren behandeld met pembrolizumab een significant langere mediane OS dan de chemotherapiegroep, onafhankelijk van de PD-L1-expressie. De patiënten met een TPS ≥1% hadden een mediane OS van 16,7 maanden. Dit was 4,6 maanden langer dan de 12,1 maanden in de chemotherapiegroep (HR [95%-BI]: 0,81 [0,71-0,93]; p=0,0018). Na 2 jaar was 39,3% van de patiënten in de pembrolizumab-arm nog in leven, vergeleken met 28% in de chemotherapiegroep. Het overlevingsvoordeel met pembrolizumab groeide met een toenemende TPS. Patiënten met een TPS ≥20% hadden een mediane OS van 17,7 maanden met pembrolizumab versus 13 maanden met chemotherapie (HR [95%-BI]: 0,77 [0,64-0,92]; p=0,0020). Patiënten met de hoogste TPS (≥50%) hadden een mediane OS van 20 maanden met pembrolizumab. Voor de chemotherapiegroep was dit 12,2 maanden (HR [95%-BI]: 0,69 [0,56-0,85]; p=0,0003).

Ook het objectieve responspercentage (ORR) met pembrolizumab nam toe met een hogere TPS. Van 27,3% in het ≥1%-cohort tot 33,4% en 39,5% bij patiënten met respectievelijk een TPS van ≥20% en ≥50%. De ORR in de chemotherapiegroep in deze 3 populaties was respectievelijk 26,5%, 28,9% en 32,0%. De responsduur met pembrolizumab in deze studie was ook langer in vergelijking met chemotherapie. In de gehele studiepopulatie (TPS ≥1%), was de mediane responsduur 20,2 maanden met pembrolizumab en 8,3 maanden met chemotherapie.

Ook op het gebied van bijwerkingen liet pembrolizumab betere resultaten zien dan chemotherapie. De incidentie van graad 3/5-bijwerkingen was 17,8% in het pembrolizumabcohort en 41% bij de chemotherapiebehandeling. In beide armen van de studie beëindigde 9% van de patiënten de behandeling voortijdig als gevolg van bijwerkingen. Graad 3/5 immuungerelateerde bijwerkingen werden bij 8% van de patiënten behandeld met pembrolizumab (vergelijk 1,5% bij chemotherapie) met 1 fataal geval van pneumonitis.

Geconcludeerd kan worden dat pembrolizumab de OS significant verbeterde in vergelijking met op platinum gebaseerde chemotherapie als eerstelijnsbehandeling voor gevorderd/gemetastaseerd NSCLC met PD-L1 TPS ≥50%, ≥20% en ≥1%. De grootte van het klinische effect nam toe met hogere PD-L1-expressie. Dit is consistent met eerdere studies met pembrolizumab-monotherapie bij gemetastaseerd NSCLC. Op basis van de algehele effectiviteit en het bijwerkingenprofiel is pembrolizumab-monotherapie de standaard eerstelijnsbehandeling voor lokaal gevorderd of gemetastaseerd NSCLC, zonder activerende EGFR-mutaties of een ALK-translocatie. Aangezien er nog geen directe vergelijkingsstudie is gedaan met de 2 behandelmogelijkheden is nog niet duidelijk of pembrolizumab gecombineerd met chemotherapie beter is dan pembrolizumab alleen bij patiënten die PD-L1 tot expressie brengen. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar het gebruik van pembrolizumab na chirurgie (adjuvant) en combinaties van immuuntherapie met bevacizumab bevattende combinaties als onderdeel van de initiële behandeling van NSCLC.

 

Referentie

Lopes G, et al. Pembrolizumab (pembro) versus platinum-based chemotherapy (chemo) as first-line therapy for advanced/metastatic NSCLC with a PD-L1 tumor proportion score (TPS) ≥ 1%: Open-label, phase 3 KEYNOTE-042 study. Gepresenteerd tijdens ASCO 2018; abstract LBA4.

Spreker Gilberto Lopes

 Lopes

Gilberto Lopes, MD, MBA, Sylvester Comprehensive Cancer Center, University of Miami Health System, Miami, FL, USA


Zie: Keyslides

Back to Top