preheader

header website

Eerstelijnsbehandeling met nivolumab plus chemotherapie verbetert progressievrije overleving in vergelijking met chemotherapie bij niet-kleincellig longcarcinoompatiënten met minder dan 1% PD-L1-expressie

CheckMate 227 is een fase III-studie die eerstelijnsbehandelingen op basis van nivolumab vergelijkt met chemotherapie bij gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). Het primaire eindpunt van de studie was eerder al gehaald door een verbeterde progressievrije overleving (PFS) te laten zien met de nivolumab-ipilimumab-combinatie in vergelijking met chemotherapie in de patiëntensubgroep met een ‘tumour mutational burden’ (TMB) van ten minste 10 mut/Mb. Tijdens ASCO 2018 werden de geüpdatete resultaten gepresenteerd van de vergelijking van nivolumab plus chemotherapie versus chemotherapie alleen bij patiënten met zeer lage PD-L1-expressie (<1%).

In het PD-L1 laag-deel van de CheckMate 227-studie werden 550 patiënten met chemotherapienaïeve, stadium IV/recidief NSCLC zonder bekende activerende EGFR/ALK-mutaties en een tumor PD-L1-expressie van minder dan 1%, gerandomiseerd (1:1:1) tussen nivolumab (3 mg/kg q2w) + ipilimumab (1 mg/kg q6w), nivolumab (360 mg q3w) + chemotherapie, of alleen chemotherapie (pemetrexed onderhoudsbehandeling na chemotherapie was toegestaan voor niet-plaveiselcelpatiënten). Behandeling in de studie duurde tot maximaal 2 jaar.

Ziekte bij aanvang en patiëntkarakteristieken waren vergelijkbaar tussen de nivolumab-chemotherapiegroep (n=177) en chemotherapiegroep (n=186). Na een minimale follow-up van 11,2 maanden, was de PFS significant langer met nivolumab-chemotherapie dan met chemotherapie alleen (mediane PFS: 5,6 versus 4,7 maanden; HR [95%BI]: 0,74 [0,58-0,94]). Na 12 maanden was 26% van het nivolumab-chemotherapiecohort vrij van progressie. In de  chemotherapiegroep was dit 14%. Ook het objectieve responspercentage (36,7% versus 23,1%) en de responsduur (mediaan 7,2 versus 4,7 maanden) was in het voordeel van de nivolumab-chemotherapiebehandeling. Het effect was onafhankelijk van leeftijd, geslacht, geografisch gebied en ECOG performance status. Er is een duidelijk PFS-voordeel met de nivolumab-chemotherapiecombinatie bij patiënten met TMB ≥10 mut/Mb en tumor PD-L1-expressie <1% (HR [95%BI]: 0,56 [0,35-0,91]; 1 jaar PFS-percentage 27% versus 8%). Patiënten met PD-L1<1% en TMB <10 mut/Mb daarentegen leken geen voordeel te hebben van de toevoeging van nivolumab aan chemotherapie (HR [95%BI]: 0,87 [0,57-1,33]; 1-jaars PFS percentage 18% versus 16%). Het voordeel van de nivolumab-chemotherapie was meer uitgesproken bij niet-plaveiselcel (HR: 0,68) dan bij plaveiselcel-NSCLC-patiënten (HR: 0,92).

De CheckMate 227-studie maakte het ook mogelijk om nivolumab-ipilimumab met nivolumab-chemotherapie te vergelijken. In de subgroep van patiënten met PD-L1-expressie <1% en een TMB ≥10 mut/Mb was de mediane PFS 6,2 maanden met nivolumab-chemotherapie en 7,7 maanden met nivolumab-ipilimumab (n=187). Significant langer dan de 5,3 maanden bij de chemotherapiegroep. Het 1-jaars PFS-percentage voor de nivolumab-ipilimumabgroep was 45%, vergeleken me de 27% voor nivolumab-chemotherapie en 8% voor chemotherapie. De responsduur bij de nivolumab-ipilimumabbehandeling in deze subgroep was opvallend, met 93% van de patiënten die een respons hadden van één jaar of langer (versus 33% met nivolumab-chemotherapie en geen responsen bij chemotherapie). Ook bij de nivolumab-ipilimumabcombinatie leken patiënten met TMB <10 mut/Mb en PD-L1-expressie <1% geen baat te hebben bij immuuncheckpointremming (1-jaars PFS percentage 18%, vergelijkbaar met de andere twee behandelingen).

De incidentie van graad 3/4 behandelingsgerelateerde bijwerkingen was 52% met de nivolumab-chemotherapiebehandeling. Voor de nivolumab-ipilimumab combinatie was dit 25% en met chemotherapie alleen 35%. Het percentage van behandelingen dat werd gestopt als gevolg van bijwerkingen was vergelijkbaar in de 3 onderzoeksarmen (nivolumab-chemotherapie 13%, nivolumab-ipilimumab 16% en chemotherapie 14%).

Concluderend kan gesteld worden dat toevoeging van nivolumab aan chemotherapie als eerstelijnsbehandeling de PFS verbetert bij gevorderd NSCLC en tumor PD-L1-expressie van <1%. Dit voordeel was toe te schrijven aan patiënten met een PD-L1-expressie <1% en een TMB ≥10 mut/Mb. Patiënten met een lage PD-L1-expressie en een lage TMB (<10 mut/Mb) leken geen voordeel te hebben van nivolumab in combinatie met chemotherapie of ipilimumab. Responsen waren langduriger en de 1-jaars PFS-percentages waren hoger met nivolumab-ipilimumab dan met nivolumab-chemotherapie bij patiënten met een hoge TMB en <1% PD-L1-expressie.

 

Referentie

Borghaei H, Hellmann MD, Paz-Ares LG, et al. Nivolumab (Nivo) + platinum-doublet chemotherapy (Chemo) vs chemo as first-line (1L) treatment (Tx) for advanced non-small cell lung cancer (NSCLC) with <1% tumor PD-L1 expression: Results from CheckMate 227. Gepresenteerd tijdens ASCO 2018; Abstract 9001.

Spreker Hossein Borgheai

 Borghaei

Hossein Borgheai, MD, PhD, Fox Chase Cancer Center, Philadelphia, PA, USA


Zie: Keyslides

Back to Top