preheader

header ASCO2017 website

Resultaten van de MAPS-2 fase II-studie tonen aan dat immunotherapie effectief is bij het recidief pleuraal mesothelioom

De uitkomsten van de nog lopende Franse MAPS-2 fase II-studie laten zien dat immunotherapie in staat is de tumorgroei te vertragen bij patiënten met een maligne pleuraal mesothelioom (MPM) die recidiveerden op eerstelijns chemotherapie, een situatie waarin momenteel geen alternatieve werkzame behandelingen beschikbaar zijn. Na 12 weken behandelen, werd bij de groep patiënten behandeld met nivolumab een ziektecontrole (DCR) van 44% waargenomen tegenover een DCR van 50% bij de groep behandeld met een combinatie van nivolumab en ipilimumab. Deze uitkomsten suggereren dat immunotherapie mogelijk een nieuwe therapeutische optie kan worden voor patiënten met gerecidiveerde mesothelioma.

MPM is een agressieve zeldzame kankersoort, die wordt geassocieerd met blootstelling aan asbest. Momenteel bestaan er geen gevalideerde curatieve behandelingen voor MPM en eveneens niet indien resistentie optreedt na een eerstelijnsbehandeling met pemetrexed-bevattende chemotherapie.

MPM patiënten bij wie eerstelijns chemotherapie faalt, hebben daarom een zeer slechte prognose, met een DCR van minder dan 30% op een tweedelijnstherapie en een mediane OS van maar 6-9 maanden.

Antitumorale immuuntherapie met verschillende immuuncheckpointremmers kan de prognose van deze patiënten verbeteren, zo blijkt uit de voorlopige resultaten van de MAPS 2-studie met de anti-PD1-remmer pembrolizumab bij mesothelioma.

Aan de tijdens de ASCO 2017 gepresenteerde multicenterstudie doen 125 patiënten mee die lijden aan gevorderde MPM en die eerder werden behandeld met maximaal 2 andere therapielijnen, waaronder standaard platinumhoudende chemotherapie.

Om geïncludeerd te kunnen worden in de studie, moesten patiënten ouder zijn dan 18 jaar, meetbare ziekte hebben en een ECOG ‘performance status’ van 0 of 1. Geschikte patiënten werden gerandomiseerd naar een behandeling met alleen nivolumab (3mg/kg q2w), of nivolumab (3mg/kg q2w) plus ipilimumab (1mg/kg q6w), tot het optreden van progressie of onaanvaardbare toxiciteit.

Het overgrote deel van alle patiënten in de studie was man (80%) met een mediane leeftijd van 72 jaar. In totaal ontving 70% van deze groep patiënten tenminste 3 cycli van elke behandeling. Gedurende de ASCO 2017 werden de resultaten gepresenteerd van de eerste 108 patiënten die behandeld zijn in de studie. De DCR, zijnde primair eindpunt, werd gedefinieerd als het percentage patiënten met een complete of partiële respons en patiënten met stabiele ziekte. Onder de patiënten die behandeld werden met alleen nivolumab bleek de DCR 44% te zijn, terwijl patiënten die behandeld werden met nivolumab en ipilimumab een DCR vertoonden van 50%.

De totale respons was 16,7% bij de patiënten uit de nivolumab-arm en 25,9% bij diegenen uit de combinatietherapie-arm. Na een mediane follow-up van 10,4 maanden, was de mediane PFS onder de 125 patiënten in de studie, 4 maanden met de monotherapie en 5,6 maanden met de combinatietherapie. Daarnaast was de mediane OS 10,4 maanden in de nivolumab monotherapie-arm en werd deze nog niet bereikt in de arm waar nivolumab met ipilimumab werd gegeven.

De waargenomen bijwerkingen waren over het algemeen genomen mild van aard, waarbij schildklierproblemen, ontsteking van het colon en huiduitslag het meest voorkwamen. Ernstige bijwerkingen traden meer op in de combinatietherapie-arm (18% vs 10% voor de monotherapie arm) en er traden drie behandelingsgerelateerde sterfgevallen op.

Samengevat bereikten zowel monotherapie nivolumab en de combinatietherapie van nivolumab en ipilimumab hun eerste eindpunt in de tweede, respectievelijk derdelijnsbehandeling van MPM, met klinisch relevante toenames van de DCR na 12 weken behandeltijd.

Daarnaast bereikten de patiënten in beide behandelarmen een langere mediane OS dan waarden die werden gerapporteerd voor de OS met andere behandelopties in deze setting. De MAPS 2-studie met 125 patiënten, is momenteel de grootste klinische studie ooit die is uitgevoerd met immuuncheckpointremmers bij het mesothelioom.

Veel andere lopende studies verkennen momenteel ook de toepassing van nivolumab met andere immuuncheckpointremmers als tweedelijns- of derdelijnsbehandeling voor MPM. Andere grote studies die deze middelen als starttherapie onderzoeken bij MPM, worden binnenkort geopend.

Referentie

Scherpereel A, Mazieres J, Greillier L, et al. Second or 3rd line Nivolumab (Nivo) versus Nivo plus Ipilimumab (Ipi) in Malignant Pleural Mesothelioma (MPM) patients: results of the IFCT-1501 MAPS2 randomized phase 2 trial. Presented at ASCO 2017; Abstract LBA8507.

Spreker Arnaud Scherpereel

 Scherpereel

Arnaud Scherpereel, MD, PhD, Professor of Pulmonary & Thoracic Oncology, head of the Pulmonary and Thoracic Oncology Department, University Hospital (CHU) of Lille in Lille, France


Zie: Keyslides

Back to Top