header

headerASCO2015

KEYNOTE-012 studie: veelbelovende klinische activiteit van de PD1-remmer pembrolizumab bij hoofdhalskanker

Recidiverende en gemetastaseerde hoofdhalskanker kan momenteel niet worden genezen en patiënten met deze vorm van kanker hebben een slechte prognose met een mediane totale overleving van gemiddeld 10-12 maanden. Uit de KEYNOTE-012 studie bij 132 patiënten met gevorderde plaveiselcellig hoofdhalskanker (squamous cell carcinoma of the head and neck - SCCHN) blijkt dat immunotherapie met de PD1-remmer pembrolizumab leidt tot een tumorafname bij 57% van de patiënten waarbij een kwart van de patiënten een partiële, of zelfs een complete respons vertoonde. De klinische activiteit van pembrolizumab was bovendien onafhankelijk van de PD1 expressie en de HP- infectiestatus.

De huidige standaardtherapie bij patiënten met gevorderde SCCHN bestaat uit platinum-gebaseerde chemotherapie, al dan niet in combinatie met cetuximab, de enige erkende gerichte therapie in deze setting. In tweede lijn zijn methotrexaat, docetaxel en cetuximab de mogelijke behandelingsopties. Jammergenoeg vertoont slechts 10% tot 13% van de patiënten een respons op monotherapie cetuximab. Recente studies tonen bovendien aan dat HPV-positieve en HPV-negatieve tumoren anders reageren op cetuximab. Niet onbelangrijk is ook de significante toxiciteit die geassocieerd is met de chemotherapie die gebruikt wordt bij deze patiënten.

Uit de resultaten van de KEYNOTE-012 studie bleek eerder dat pembrolizumab klinische activiteit heeft in de behandeling van patiënten met recidiverende of gemetastaseerde SCCHN. In deze studie, die ontworpen was voor patiënten met PD-L1 positieve tumoren, bedroeg het responsgehalte 20%. Tijdens ASCO 2015 werden resultaten gepresenteerd van het grotere expansiecohort van de KEYNOTE-012 studie. De analyse omvatte data van 132 patiënten met recidiverende, of gemetastaseerde SCCHN die om de 3 weken behandeld werden met een vaste dosering van 200 mg pembrolizumab. Van deze patiënten had 59% twee of meer eerdere lijnen therapie gekregen. De patiënten in deze analyse werden niet geselecteerd op basis van de PD-L1 expressie.

Uit deze presentatie bleek dat bij de meerderheid van de patiënten (57%) een tumorafname kon worden vastgesteld. De totale respons bedroeg 24,8% (26,3% bij HPV-negatieve patiënten en 20,6% bij HPV-positieve patiënten). De mediane tijd tot het optreden van een respons bedroeg 9,0 weken. Op het moment van de presentatie was 86% van de patiënten met een respons nog steeds in remissie (25/29). Pembrolizumab werd bovendien goed getolereerd, waarbij 10% van de patiënten te maken had met ernstige neveneffecten. De meest voorkomende neveneffecten waren vermoeidheid, uitslag en jeuk. Meer ernstige immuungerelateerde neveneffecten zoals pneumonitis en colitis werden geobserveerd bij een klein aantal patiënten.

Samengevat blijkt uit deze studie dat pembrolizumab geassocieerd is met een totale respons van circa 25%. Deze respons ligt significant hoger dan de responspercentages die gezien worden met cetuximab in deze setting. Daarnaast was deze respons onafhankelijk van de PD-L1 expressie en de HPV-status en werd de behandeling door patiënten goed verdragen. Momenteel lopen er 2 grote fase III studies die pembrolizumab evalueren in de behandeling van recidiverende of gemetastaseerde SCCHN.

Referentie

Seiwert T, Haddal R, Gupta S, et al. Antitumor activity and safety of pembrolizumab in patients (pts) with advanced squamous cell carcinoma of the head and neck (SCCHN): Preliminary results from KEYNOTE-012 expansion cohort. Presented at ASCO 2015; abstract #LBA6008.

Spreker Tanguy Seiwert

 Seiwert

Tanguy Seiwert, MD, PhD
medical oncologist, University of Chicago Medicine, Chicago, USA


Zie: Keyslides

Back to Top