header

headerASCO2014

Adjuvant exemestaan is effectiever dan tamoxifen in combinatie met ovariële suppressie bij vrouwen met vroege hormoongevoelige borstkanker

Een analyse van de fase III TEXT- en SOFT-studies toont aan dat de aromataseremmer exemestaan effectiever is in het voorkomen van recidivering van borstkanker dan tamoxifen, wanneer het gecombineerd wordt met suppressie van de ovariële functie (‘ovarial function suppression, OFS’) bij premenopausale vrouwen met vroege hormoongevoelige borstkanker. Uit deze analyse bleek namelijk dat exemestaan plus OFS het relatieve risico op de ontwikkeling van invasieve kanker reduceerde met 28% in vergelijking met tamoxifen en OFS. Het risico van recidivering van borstkanker nam met 34% af indien exemestaan werd gebruikt in plaats van tamoxifen.

Eerdere studies bij vrouwen met postmenopausale borstkanker toonden uitvoerig aan dat een adjuvante behandeling met een aromataseremmer zoals exemestaan significant beter is dan een behandeling met tamoxifen. Wat de optimale adjuvante behandeling is voor vrouwen met premenopausale borstkanker is tot op heden echter nog niet duidelijk. Bij deze vrouwen is een behandeling met tamoxifen gedurende 5 jaar de standaardbehandeling, al dan niet gecombineerd met OFS. De TEXT- en SOFT-studie zijn twee gerandomiseerde fase III studies met respectievelijk 2.672 en 3.066 premenopausale vrouwen met hormoongevoelige borstkanker in een vroeg stadium. In beide studies samen werden 4.690 vrouwen gerandomiseerd tussen 5 jaar adjuvante exemestaan plus OFS of tamoxifen plus OFS. De SOFT-studie omvatte hiernaast nog een derde arm waarin men de effectiviteit van tamoxifen monotherapie evalueerde, maar de data hiervan zullen pas eind 2014 beschikbaar zijn.

Na 5 jaar bedroeg de kankervrije overleving 91,1% in de exemestaan-arm tegenover 87,3% in de tamoxifen-arm. Dit komt neer op een reductie van 28% van het risico van de ontwikkeling van kanker (HR[95%BI]: 0,72 [0,60-0,85]; p = 0,0002). De borstkankervrije overleving na vijf jaar bedroeg 92,8% met exemestaan versus 88,8% met tamoxifen (HR[95%BI]: 0,66[0,55-0,80]; p<0,0001). Na 5 jaar was meer dan 96% van de vrouwen in de studie nog in leven. Op het moment van de analyse was er geen verschil in OS tussen beide armen, maar gezien de beperkte opvolgingstijd is dit niet verwonderlijk. In totaal kregen 1.996 patiënten in de beide studies samen geen extra adjuvante chemotherapie toegediend. Ook in deze subgroep van patiënten ag men een zeer goede overleving met exemestaan plus OFS (meer dan 97%) wat erop wijst dat patiënten een zeer gunstige prognose hebben, ook als ze enkel met een effectieve endocriene therapie worden behandeld.

De neveneffecten in de studie waren in lijn met die welke men observeerde in andere studies met een aromataseremmer. Ondanks deze neveneffecten staakte slechts 14% van de patiënten in TEXT- en SOFT-studie hun behandeling.

Samengevat tonen deze uitkomsten aan dat exemestaan plus OFS een waardevol en valide alternatief vormt voor adjuvante tamoxifen bij premenopausale vrouwen met hormoongevoelige borstkanker in een vroeg stadium. Verdere opvolging is nodig om het effect op de totale overleving na te gaan, aldus de onderzoekers.

Referentie

Pagani O, Regan M, Walley B, et al. Randomized comparison of adjuvant aromatase inhibitor (AI) exemestane (E) plus ovarian function suppression (OFS) vs tamoxifen (T) plus OFS in premenopausal women with hormone receptor-positive (HR+) early breast cancer (BC): Joint analysis of IBCSG TEXT and SOFT trials. Presented at ASCO 2014; LBA1.

Spreker Olivia Pagani

 Olivia-Pagani

Olivia Pagani, MD, PhD
Institute of Oncology of Southern Switzerland, Lugano Viganello, Zwitserland


Zie: Keyslides

Back to Top