header

headerASCO2013

RTOG-0825 Fase-III studie: Toevoeging van bevacizumab aan standaard eerstelijns-chemoradiotherapie geeft geen betere overleving bij glioblastoom

Uit een gerandomiseerde fase III-studie gepresenteerd tijdens ASCO 2013 blijkt dat het toevoegen van bevacizumab aan de standaard eerstelijnsbehandeling van glioblastoom niet resulteert in een langere totale overleving (‘overall survival’, OS). Bovendien hadden patiënten die ingedeeld werden in de bevacizumab-arm van de studie meer last van neveneffecten. Gebaseerd op deze data kan gesteld worden, aldus de onderzoekers, dat bevacizumab op dit ogenblik geen plaats heeft in de eerstelijnstherapie van glioblastoma.

Glioblastoma vormen de meest frequent voorkomende en de meest agressieve vorm van alle hersentumoren. Bevacizumab is momenteel geregistreerd door de FDA voor de behandeling van recidiverend glioblastoom. Ondanks het ontbreken van klinische data wordt het middel ook ‘off-label’ gebruikt in de eerstelijnsbehandeling van glioblastoom.

In de gepresenteerde fase III studie werden 637 patiënten met een nieuw vastgesteld glioblastoom gerandomiseerd tussen chemoradiotherapie (temozolomide plus radiotherapie) plus bevacizumab of placebo. Alle patiënten in de studie ondergingen chirurgie voorafgaand aan de behandeling met chemoradiotherapie. Op het moment van ziekteprogressie konden patiënten kiezen om verder te gaan met de bevacizumab-behandeling of over te schakelen op placebo.

De mediane OS in de studie bleek niet significant verschillend voor beide studie-armen (16,1 maanden met placebo versus 15,7 maanden met bevacizumab, p = 0,21). De mediane progressievrije overleving (‘progression-free survival’, PFS) daarentegen was langer voor patiënten die bevacizumab kregen toegediend in vergelijking met placebo (10,7 maanden versus 7,3 maanden). Dit verschil bleek echter niet statistisch significant (p= 0,007 met een vooraf vastgelegde grens voor significantie van 0,004). Een subgroepanalyse gebaseerd op moleculaire markers slaagde er verder niet in om bepaalde groepen te identificeren die wél klinisch voordeel hadden van de bevacizumab-therapie. Daarnaast hadden patiënten in de bevacizumab-arm meer last van neveneffecten, voornamelijk een verlaagd aantal bloedplaatjes, thrombi en een verhoogde bloeddruk.

Samengevat toont deze studie aan dat de toevoeging van bevacizumab aan de huidige standaardtherapie van behandelingsnaïef glioblastoom leidt tot een kleine, niet-significante verbetering van de PFS en geen effect heeft op de OS. Op basis van deze data heeft bevacizumab voorlopig geen plaats in de eerstelijnsbehandeling van het glioblastoom, concluderen de onderzoekers.

Referentie

M. Gilbert, J. Dignam, M. Won et al. RTOG 0825: Phase III double-blind placebo-controlled trial evaluating bevacizumab (Bev) in patients (Pts) with newly diagnosed glioblastoma (GBM). J Clin Oncol 2013;31(suppl):abstract 1.

Spreker Mark R. Gilbert

 Gilbert

Prof. Mark R. Gilbert, MD,
University of Texas MD Anderson Cancer Center Department of Neuro-Oncology, Houston, TX, USA


Zie: Keyslides

Back to Top